Thérèse Steinmetz werd op 17 mei 1933 geboren in Amsterdam. Ze studeerde aan het conservatorium en ontwikkelde haar acteertalent tijdens lessen bij Louis van Gasteren. In 1960 kreeg ze een contract bij de Nederlandse Comedie en in januari 1961 debuteerde ze in "Joseph in Egypten", waarin onder andere ook Ellen Vogel te zien was. De acteerprestaties van Thérèse waren niet alleen in het theater te bewonderen: ze was regelmatig op de televisie te zien en in de bioscoop was ze in 1963 te zien in haar filmdebuut "De vergeten medeminnaar". In 1966 leerde ze Gerrit den Braber
   
   
  kennen, die haar aanspoorde om zich meer te profileren als zangeres. Het begin van een samenwerking op zowel creatief als ook op persoonlijk gebied was geboren. In december 1966 verscheen de eerste single van Thérèse: "Speel 't spel". Het lied werd de maanden daarna een groot succes. Er volgden meer singles, waaronder "Ring-dinge-ding", waarmee Thérèse Nederland vertegenwoordigde op het twaalfde Eurovisie Songfestival. Ook verschenen er van 1967 tot en met 1972 met regelmaat nieuwe LP's van Thérèse, waarvan een groot deel van de liedjes van de hand van componist Joop Stokkermans en tekstschrijver Gerrit den Braber waren.

In 1970 won Thérèse het songfestival van Brasov met het lied "O fata mai gasesti, dar un prieten nu", dat in het Nederlands door haar op een single werd gezongen als "De drie vrienden". Rond die tijd verschenen er steeds minder singles van Thérèse. Het muzikale klimaat was in Nederland dusdanig veranderd dat er voor zangeressen met chanson-achtig repertoire geen plaats meer leek te zijn. Dat bleef zo tot Conny Vandenbos in 1974 bewees dat het luisterlied nog volop in leven was. Van Thérèse verscheen na haar nieuwe succes "Geef ze 'n kans" een reeks singles met oorstrelend repertoire, waarvan "Tussen acht en halfnegen" een klassieker in z'n genre werd. De single was afkomstig van de LP "Thérèse" uit 1976, waar ook de radio-hit "Wie vroeger Scheveningen zei..." van afkomstig was.

   
    Was het begin jaren '70 wellicht wat rustig op het gebied van grammofoonplaten, Thérèse zat absoluut niet stil. Ze speelde in diverse musicals, bleef een graag geziene verschijning op de televisie en in de theaters was ze met haar eigen tour-de-chant te zien. Vanaf 1976 bracht ze enkele jaren het programma "Opus 1 + 3" in de theaters, begeleid door Trio Nico van der Linden, jr. In die tijd groeide de liefde van Thérèse voor Balkan-repertoire, wat op haar platen meer en meer    
    te horen was. Vanaf de jaren '80 zou ze de Nederlandstalige chansons achter zich laten en zich toeleggen op reperoire dat grotendeels uit Oost-Europa afkomstig was en trad ze veel op met het orkest van Andréi Serban.

In 1987 verraste Thérèse vriend en vijand met het bijzondere album "Close to the classics". Op dit album zong Thérèse een selectie klassieke liederen in een modern jasje. Het album kon zich verheugen op positieve kritieken en zou een favoriet worden van vele fans. Na dit album werd er weinig meer van Thérèse vernomen op muzikaal gebied. Ze trad nog incidenteel op, maar legde zich toe op een ander van haar veelzijdige talenten, namelijk dat van kunstenares.

Nadat ze binnen een jaar tijd zowel haar dochter Sylvia als haar levenspartner Gerrit den Braber verloor, vertrok Thérèse eind jaren '90 naar de Côte d’Azur, waar ze een galerie opende. Eerst in St. Paul de Vence, later in Cannes. In 2004 verscheen een boek met een overzicht van kunstwerken die Thérèse door de jaren heen maakte. Na enkele jaren niet te hebben opgetreden, kwam Thérèse in 2007 naar Nederland om op 2 december een eenmalig concert te geven, samen met Andréi Serban.

 
   




© 2006-2009 www.zingzing.nl