| |
 |
|
Gilles Dreu wordt op 31 juli 1934 geboren als Jean-Paul
Chapuisat, in het Franse plaatsje Dreux. Als grote
sportliefhebber lijkt hij voorbestemd om gymleraar te
worden. Nadat hij, aangeschoten en uitgedaagd door
vrienden, in het Parijse cabaret Le tire
bouchon het lied Quand on a que
lamour van Jacques Brel zingt, neemt zijn
leven een totaal andere wending. De eigenaar van Le
tire bouchon vraagt hem of hij de volgende avond
weer enkele chansons wil zingen. Het zingen blijkt een
plezierige manier om geld te verdienen, en al snel
besluit Jean-Paul er zijn beroep van te maken. Als
artiestennaam kiest hij Gilles Dreu. De achternaam komt
van zijn geboorteplaats; echter zonder zonder de x, omdat
Jean-Paul dat esthetisch mooier vindt.
De eerste jaren zingt hij voornamelijk links
georiënteerde liederen. Begin 1965 verschijnt de eerste
ep, Filles de garches, die geen groot succes
wordt. Ook de opvolger Ecris-moi doet niet
veel. Op aanraden van Hugues Aufray verandert Gilles Dreu
van stijl, en in 1968 beleeft hij met het lied 'Alouette'
eindelijk zijn grote doorbraak. Alouette doet
het niet alleen in Frankrijk goed, maar is in heel Europa,
Canada en Zuid-Amerika een enorm succes, later in 1968
gevolgd door Pourquoi bon Dieu, en On revient
toujours. In 1969 volgen nog Devinez,
Il faut rendre au diable son violon, Si le
cur vous en dit, en Ma mère me
disait, maar de singles die daarna worden
uitgebracht doen het een stuk matiger. Dit verandert pas
weer met
|
|